top of page

Context

Richting brengen in een vastgelopen onderwijsorganisatie onder externe druk

Een onderwijsorganisatie in het primair onderwijs en kinderopvang bevindt zich onder verhoogde externe druk van ouders en inspectie. De kwaliteit van het onderwijs staat ter discussie en de Onderwijsinspectie kondigt een bezoek aan.

​

Twee maanden vóór dit inspectiebezoek start mijn opdracht om richting te brengen in een vastgelopen situatie. Op dat moment is de ernst van de situatie nog niet bekend. Wel is zichtbaar dat de organisatie langdurig onder spanning functioneert. 

​

De school blijkt zich te bevinden in een langdurige staat van spanning en fragmentatie. Samenhang in onderwijsinhoud, structuur en samenwerking ontbreekt. Ontwikkelingen zijn half ingezet, vastgelopen of niet meer navolgbaar. Overlegstructuren functioneren nauwelijks, gezamenlijke kaders ontbreken en het vertrouwen - intern en extern - is fragiel. Teamleden zijn betrokken en werken hard, maar zijn vermoeid.

​

De eerste beweging bestaat uit het zichtbaar maken van het landschap: wat er feitelijk speelt, welke bewegingen elkaar beïnvloeden en waar de spanning zich opstapelt. Vanuit dit gedeelde beeld worden niet alle interventies tegelijk ingezet, maar wordt bewust gekozen voor samenhangende bewegingen in pedagogiek, didactiek, leesonderwijs en instructiekwaliteit. Parallel daaraan wordt een overlegstructuur ingericht die afstemming binnen en tussen teams mogelijk maakt. Ook ouders worden hierin expliciet meegenomen.

 

Het bezoek van de inspectie resulteert in een onvoldoende beoordeling met elf herstelopdrachten. Dit oordeel komt niet onverwacht, maar maakt wel scherp wat noodzakelijk is om richting en samenhang te herstellen.

​

Bij mijn vertrek is er een gedeelde koers en duidelijkheid over verantwoordelijkheden. De opvolgend schoolleider zet de ingezette richting voort. Een jaar na de onvoldoende beoordeling geeft de inspectie een voldoende: alle herstelopdrachten zijn behaald.

"Ik geloof niet in definitieve antwoorden, wel in zorgvuldig gekozen richtingen"

Richting bouwen terwijl de grond beweegt

​In een onderwijsorganisatie in het primair onderwijs is al langere tijd sprake van onzekerheid en spanning: in een paar jaar tijd zijn er meerdere directeuren onverwacht vertrokken en er is een verbouwing geweest om unitonderwijs te gaan geven, zonder expliciete visie, keuzes of bedoelingen.

​

​De eerste bewegingen bestaan uit nabij zijn en het gezamenlijk in kaart brengen van de situatie: wat de dagelijkse praktijk vraagt, waar het schuurt en welke keuzes impliciet al gemaakt worden zonder dat ze uitgesproken zijn. Ik tref een hardwerkend team aan dat vermoeid is: het spanningsveld tussen de fysieke inrichting, de onderwijskundige ambitie en de dagelijkse praktijk zorgt voor een voortdurende hoge mate van stress. 

​

​Binnen drie maanden ligt er een gedragen meerjarenplan. De expliciete keuzes, heldere verwachtingen en samenhangende besluitvorming zorgen voor een richting waarop verder gebouwd kan worden met ruimte voor bijstelling.

​

Kort daarna breekt de coronacrisis uit, die een extra laag van onzekerheid en druk toevoegt. Het werk krijgt daardoor geen lineair karakter , maar vraagt om voortdurend schakelen tussen acute vragen, onderwijskundige ontwikkeling en het bewaken van samenhang, zonder de eerder gekozen richting los te laten.

​

De periode daarna staat in het teken van verdiepen, dragen en borgen van de ingezette richting: vanuit gedeelde visie worden consequent keuzes gemaakt in organisatie, pedagogiek, didactiek en overlegstructuren. Maar ook in het teken van keuzes herzien, stappen terugzetten en opnieuw afstemmen op wat in de praktijk haalbaar en draaglijk blijkt in een onderwijssector van vaste kaders, verantwoordingsdruk en beperkte ruimte om tijdelijk te vertragen of bij te sturen. 

​

Door deze reeks van samenhangende keuzes, keer op keer gekoppeld aan de gezamenlijke richting,  verandert de school ingrijpend: het team stabiliseert, werkplezier neemt toe en de dagelijkse praktijk sluit aan bij de gekozen koers. Niet omdat alle spanning verdwijnt, maar omdat er houvast ontstaat om met die spanning te blijven werken.

bottom of page